‘Etsen vraagt om voortdurende concentratie’



Etsen gaat zo ...

Op een gepolijste koperen of zinken plaat wordt heel gelijkmatig een dunne, dekkende laag aangebracht: de etsgrond. Deze etsgrond is gemaakt van was, pek, hars en terpentijn en is zuurbestendig.

Met een etsnaald wordt in de etsgrond iets getekend. De etsnaald krabt op die plaatsen de etsgrond weg en daar komt de blanke metalen plaat weer te voorschijn.


De plaat gaat vervolgens in een zuurbad - het zuur bijt dan de tekening in de plaat op de plekken van de weggetekende lijnen. De tekening staat nu in ondiepe lijntjes in de plaat. De etsgrond wordt weggepoetst en de plaat wordt vervolgens helemaal met etsinkt ingewreven. Dan wordt de inkt aan de oppervlakte er voorzichtig weer afgeveegd, op zo’n manier dat het in de ingebeten lijntjes achterblijft.


Vervolgens wordt de plaat op een etspers gelegd. Er gaat een vel vochtig etspapier op de plaat, er wordt druk uitgeoefend door de etsplaat samen met het papier onder de rol van de etspers door te draaien. Het papier zuigt dan de inkt op uit de groefjes. Zo laat de plaat op het papier een afdruk achter van de tekening. Omdat de plaat in het papier wordt geperst ontstaat de voor de ets het zo typerende reliëf en de plaatrand in het papier.


De kunstenares drukt de etsen een voor een zelf op handgeschept papier in een oplage van 10 tot 75 à 100 stuks. Niet meer, want tussen de 75 en 100 afdrukken gaat de etsplaat slijten.

Foto’s: Kees Stip

intro | techniek | agenda | biografie | de etsen | Leentje | contact

biografie.html
de_etsen.html
leentje.html
contact.html
home.html
agenda.html